Carmen Simonis, 'supersub' van ADO Den Haag Vrouwen

Door Voetbalcentraal, friday 2016-09-23 08:00:00

DEN HAAG - Haar opa kon prof worden bij ADO Den Haag, maar koos voor zijn vrienden en het amateurvoetbal. Haar moeder kent alle spelers van het eerste elftal van naam. Carmen Simonis (22) zelf is sinds deze zomer voetbalster van ADO Den Haag Vrouwen. Haar familie is trots, zij zelf geniet. En: ze is succesvol. De topscorer van de Eredivisie Vrouwen voetbalt in het Kyocera Stadion. TEKST: Maarten de Jong De bank in de skybox van het stadion, of een stoeltje op de tribune, met uitzicht op het veld, het scorebord en de doelnetten. Carmen Simonis laat de keuze aan haar bezoek. Als de wind door haar haren waait, is ze er toch wel blij mee dat voor de optie buiten zitten gekozen is. “Dit is mooi”, zegt de voetbalster in gesprek met Voetbal Centraal. En dan ziet ze alleen maar wat hoedjes liggen op de grasmat. “ADO is mijn club. Ik kom uit Den Haag. Wat wil iemand die hier vandaan komt nou nog meer dan voetballen in het groen/geel?” Haar opa trapte vroeger ook tegen een bal. Hij had talent. Was zelfs goed, volgens Simonis. “Hij kon profvoetballer worden bij ADO. Ze wilden hem in Duitsland ook wel hebben. Hij ging niet, vond z’n vrienden bij zijn amateurclub belangrijker. Daar heeft hij nu spijt van. Mijn vader kon ook wel aardig ballen. Mijn moeder is vooral gek van de club ADO Den Haag. Dan staat ze bij een thuiswedstrijd van de mannen weer een uur met Lex Schoenmaker of met iemand anders te praten en ben ik haar weer kwijt. Het is ook voor mijn familie fantastisch dat ik nu bij ADO Den Haag Vrouwen speel.” Jaren geleden heetten de voetbalsters van het team uit de Hofstad Mandy van den Berg, Sheila van den Bulk en Luciënne Reichardt. Simonis stond als meisje van veertien weg te dromen langs de lijn. “Ooit”, zo beloofde ze zichzelf, “sta ik hier ook”. In 2012 werd ze stagespeelster, afgelopen seizoen maakte ze de overstap van RKDEO naar Jong ADO Den Haag Vrouwen. De toenmalige trainer van het eerste elftal, Alex Scholte, vroeg haar een paar maanden eerder of ze de beloften wilde helpen, alleen voor het naderende seizoen. “Maar al toen hij de deur uit ging, zei ik tegen mezelf dat ik zou gaan knokken om in het eerste terecht te komen.” Dat is haar dus gelukt. Vorig seizoen al maakte ze haar debuut, sinds deze zomer mag ze zich speelster van het vlaggenschip noemen. Het gaat uitstekend, want trainer Arend Regeer bombardeerde haar gekscherend al tot supersub. Simonis viel twee keer in en maakte twee keer een doelpunt voor de koploper in de Eredivisie Vrouwen. “Ik wil geen supersub blijven”, klinkt ze vastberaden. “Het zou mooi zijn om ook vanaf het eerste fluitsignaal te laten zien wat ik kan.” Ze vindt het natuurlijk wel geweldig dat ze in twee wedstrijden al twee keer het net heeft gevonden. De eerste keer was dat tegen Telstar (1-2 winst), in de laatste minuut. “Een dag eerder speelde het Nederlands elftal. Die mannen waren maar aan het breien en ze raakten de bal op de lijn kwijt. Schiet nou gewoon, dacht ik toen. Daar had ik het met ploeggenoten Priscilla Mesker en Jennifer Vreugdenhil nog over. Tegen Telstar kreeg ik de bal op een lekkere positie. Schiet, riep Mesker. Toen dacht ik weer aan Oranje. De bal ging er in. Ik was uiteraard erg blij.” Een week later, in de allereerste thuiswedstrijd, werd ze matchwinner tegen sc Heerenveen Vrouwen. “De bal kwam op me af, maar ik kon er niet zo veel mee”, herinnert ze zich. “Alleen de binnenkant van mijn voet er tegenaan zetten. Wat doe jij nou weer, dacht ik toen. Ben je met een boel mensen in het stadion en dan ga jij een of andere hakbal doen, bij een stand van 1-1. Hij ging er wel mooi in, trouwens.” Haar goals zorgen er voor dat ze vrijdag met vertrouwen de bus in stapt. Dan speelt ADO tegen PEC. Gaat Simonis weer scoren? “Als we maar winnen”, klinkt het als een doorgewinterde prof. “Maar natuurlijk wil ik graag belangrijk zijn voor mijn club.”